Gelijkwaardige mobiliteit
In december vond bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een rondetafelgesprek plaats over pedaalverhogers en voertuigaanpassingen. Aanleiding waren twee aangenomen moties in de Tweede Kamer over modulaire autoaanpassingen en de juridische positie van verwisselbare pedaalverhogers. In een open en constructieve setting kwamen beleidsmakers, uitvoeringsorganisaties en belangenvertegenwoordigers samen om ervaringen te delen en te verkennen hoe de huidige knelpunten kunnen worden doorbroken. Dit gesprek markeert een eerste, maar belangrijke stap in een bredere dialoog, nationaal én Europees, over toegankelijke mobiliteit.
Namens de Belangenvereniging van Kleine Mensen is tijdens het gesprek uiteengezet hoe de praktijk achterblijft bij wet en verdrag. Mobiliteit is een randvoorwaarde voor werk, zorg, onderwijs en sociale participatie, en daarmee verankerd in nationale wetgeving en het VN-verdrag. Toch blijkt de gelijkwaardigheid in de praktijk onvoldoende: vaste voertuigaanpassingen zijn kostbaar en inflexibel, deelmobiliteit is veelal ontoegankelijk en alternatieven ontbreken. Verwisselbare pedaalverhogers, die in andere landen veilig en gereguleerd worden toegepast, zouden hier een wezenlijk verschil kunnen maken. De huidige focus op vaste oplossingen leidt tot hoge kosten, rechtsongelijkheid en verlies aan zelfbeschikking, met uitsluiting als onbedoeld gevolg.
Europese harmonisatie
De uitvoeringspraktijk werd scherp belicht door bijdragen van onder meer de RDW en het CBR. Veiligheid staat terecht centraal, maar het gesprek maakte ook duidelijk dat een eenzijdige veiligheidsreflex innovatie kan blokkeren. Er werd gewezen op internationale voorbeelden (onder andere het VK, Frankrijk en de VS), waar modulaire oplossingen zijn ingebed in regelgeving. Tegelijkertijd werd erkend dat Europese harmonisatie uiteindelijk noodzakelijk is, zeker nu voertuigen steeds complexer worden en fabrikanten terughoudend zijn met aanpassingen. De urgentie om nu al nationale stappen te zetten, bijvoorbeeld via pilots of het leren van best practices, werd breed gedeeld.
Het gesprek resulteerde in drie concrete actielijnen: het vergelijken van regelgeving in buurlanden om nationale ruimte te benutten; gezamenlijke Europese aanpak richting typegoedkeuringseisen; en het verkennen van een pilot waarbij modulaire aanpassingen, aangebracht door erkende specialisten, niet langer afzonderlijk gekeurd hoeven te worden. Daarbij werd benadrukt dat pedaalverhogers zelden op zichzelf staan en altijd onderdeel zijn van een bredere ergonomische oplossing. Vertegenwoordigers van onder meer Ieder(in) onderstreepten het belang van zowel Europese inzet als “laaghangend fruit” in Nederland.
Betekenisvolle dialoog
De Belangenvereniging van Kleine Mensen ziet dit rondetafelgesprek als een betekenisvol begin. Het maakte duidelijk dat veiligheid en vrijheid geen tegenpolen hoeven te zijn, maar samen moeten worden vormgegeven. De bereidheid om gezamenlijk te leren, te experimenteren en de dialoog open te houden, biedt perspectief op structurele oplossingen die mensen met een beperking daadwerkelijk gelijke toegang tot mobiliteit geven. De BVKM kijkt ernaar uit om deze dialoog, met alle betrokken partijen, voort te zetten en te verdiepen.
Namens de BVKM,
Thibault Krommenhoek, Kier Kes, Victor Klein en Christian Leroux

