a
- abces etterbuil
- acidose verzuring van het bloed
- acromelic micromelia armen, benen, handen en voeten zijn in groei achtergebleven, de bovenarmen en bovenbenen in verhouding minder dan de handen en voeten
- acth bijnier-stimulerend-hormoon wordt gemaakt door de hypofyse
- alvleesklier orgaan in de buik dat onder andere insuline maakt
- androgenen een van de hormonen die in de bijnierschors gemaakt worden
- anemie bloedarmoede
- anhydosis verstijven van de vingergewrichten door een verbeningsproces
- anorexia nervosa een ziekelijke angst om dik te worden
- apathie lusteloosheid, ongevoelig voor indrukken van buiten
- arteriële slagaderlijke
- astma een long- en luchtwegziekte
- auto-immuunziekten ziekte waarbij antistoffen zich richten tegen de eigen lichaamweefsels
b
- bicarbonaat een chemische stof: H2CO3
- bindweefsel het weefsel dat de andere weefsels met elkaar verbindt
- biologische leeftijd leeftijdbepaling aan de hand van de ontwikkeling van het skelet, (bot)
c- capillair haemangoom rode vlek in de huid, enkele centimeters groot
- carcinoomvorming vorming van een kwaadaardig gezwel
- cardiale glycogenose glycogeenstapelingsziekte met daaraan verbonden hartziekte
- cardiale impuls hartprikkel
- cardiomyopathieën hartafwijkingen met onbekende oorzaak
- carnitine deficiëntie het ontbreken van carnitine
- chondroplasie groeistoornis in kraakbeen
- chondrocyten kraakbeencellen
- chromosoom staafvormige lichaampjes in de celkern waarop de genen zitten
- circulatie bloedsomloop; in een cirkel voortbewegend
- cirrose verbindweefseling, schrompeling van organen
- climodactyly een scheve stand van één of meer vingers
- colitis ontsteking van de dikke darm
- collaterale circulatie bloedstroming ergens langs
- coloboma spleet in de iris (de gekleurde cirkel in het oog)
- complicaties bijkomende verschijnselen die de oorspronkelijke aandoening erger maken
- compressie(ve) samendrukking
- congenita aangeboren
- consistentie dichtheid, vastheid
- continuïteit voortduring, ononderbroken samenhang
- contractie samentrekking
- convulsies stuipen
- cortisol hormoon gemaakt door de bijnieren
- corticoïden hormonen die in de bijnierschors gemaakt worden
- coxa vara ernstige O-been vorming door een afwijkende stand van het bovenbeen ten opzichte van het bekken
- cryptorchisme de teelballen bevinden zich niet in de balzak
- cubitis valgus stand van het ellebooggewricht
- cyanose blauwe verkleuring van de huid en slijmvliezen door onvoldoende zuurstof in het bloed
d - debranching enzym een enzym dat een rol speelt bij de energieopslag in het lichaam
- defect gebrek, het ontbreken van
- definitieve botten botten waar geen groei meer in zit
- deficiëntie een tekort
- depigmentatie vermindering van de kleurstof in het weefsel
- deprivatie gevoelens als angst, schuwheid, veroorzaakt door permanent tekort aan affectie (genegenheid)
- diagnostiek vaststellen welke ziekte/stoornis iemand heeft
- differentiatie toeneming van gecompliceerdheid en organisatie, het ontstaan van verschillende structuren
- diffuse verspreid
- difterie slijmvliesziekte
- disfunktie slecht funktioneren van
- displasie onvoldoende aanwezig zijn van een bepaald weefsel, in dit geval botweefsel
- disproportioneel niet de normale lichaamsverhoudingen
- dominant overheersend/sterker
e- ectoderm één van de drie cellagen van een bevruchte eicel tijdens de eerste beginperiode van de ontwikkeling; uit deze cellaag ontwikkelt zich oa de huid
- embryo(nale) organisme in zijn eerste ontwikkelingsstadium na de bevruchting; ongeboren, onontwikkeld
- enchondrale verbening beenvorming in kraakbeen; lengtegroei van het bot
- endocardiale aan de binnenbekleding van het hart
- endocrine afkomstig van klieren met inwendig afscheiding
- enzymen splitsings- of ontledingsstof, die een bepaald scheikundig proces in het organisme veroorzaakt of bevordert, zonder zelf te veranderen; cellulaire eiwitten
- enzymsynthese het aanmaken van een enzym
- epiphyse uiteinde van het bot dat samen met een ander deel het gewricht vormt
- epiphisaire groeischijf gedeelte van het groeiend bot dat tot het einde van de puberteit kraakbeen produceert en na de puberteit verbeent
- evolutie geleidelijke ontwikkeling tot iets anders
- exophthalmus uitpuiling van het oog
- extremiteiten benen en armen (inclusief voeten en handen)
f - familiair in de familie voorkomend
- fibroelastosis degeneratie (verslechtering) van elastisch bindweefsel
- fibrose woekering van bindweefsel
- fistel een niet van nature aanwezige verbindingsopening tussen de oppervlakte van de huid een klier, kanaal of inwendige holte (pijpzweer)
- foetus kind in de baarmoeder
- fracturen beenbreuken
- fsh geslachtsklieren- stimulerend-hormoon
g - gamma-globuline een eiwit-achtige stof in het bloed
- gen/genen drager(s) van een erfelijke factor
- genu knie
- genu recurvalum terugbuiging in het kniegewricht
- genu valgum X-beenstand
- genu varum O-beenstand
- geslachtsdeling samensmelting van eicel en zaadcel, waardoor begin van nieuw leven ontstaat
- gh groeihormoon
- gluten eiwit dat gevonden wordt in granen en graanprodukten
- glycogeen dierlijk zetmeel, in de lever gemaakt en opgeslagen
- glucocorticoïden een groep hormonen die in de bijnierschors gemaakt worden, zij hebben invloed op allerlei stofwisselingsprocessen
- groeihormoon releasing hormoon hormoon, gemaakt door de hypothalamus dat de uitscheiding van het groeihormoon stimuleert
h - heterozygoot het genenpaar is niet gelijk
- homozygoot het genenpaar is gelijk
- hormonen stoffen die op verschillende plaatsen in het lichaam gemaakt worden; ze kunnen werken als remmers en als stimulators van bepaalde lichaamsprocessen
- hyperplasie bovenmatige groei (door vermeerdering van de weefselelementen), volume vermeerdering van weefsel
- hypertelorisme wijd uit elkaarstaande ogen
- hypofyse deel van de hersenen dat het groeihormoon produceert
- hypospadie uitmonding van de urinebuis aan de onderkant van de penis
- hypothalamus een deel van de hersenen
- hypothyreodie afwezigheid of vermindering van de produktie van het schildklierhormoon
- hypotonie verminderde spanning van de spieren
i - ideopatisch door onbekende oorzaak
- igf-i 'Insuline Like Growth factor I' groeifactor
- immunologische bepaald door het afweermechanisme van het lichaam
- inborn errors of metabolism aangeboren stoornis van de stofwissling
- incontinentie het niet kunnen ophouden van ontlasting en/of urine
- inhibitors remmers
- insuline hormoon gemaakt door de alvleesklier; speelt een rol in de suikerhuishouding
- insufficiëntie onvoldoende werking
j - jicht aandoening aan het gewricht door afzetting van uraat kristallen in de gewrichten door een stoornis in de urinezuur stofwisseling
k - klinisch in het ziekenhuis
- klysma iets inbrengen via de darmuitgang doormiddel van een speciale spuit
l - leukemie bloedkanker, een kwaadaardige ziekte waarbij het beenmerg te veel en niet goedwerkende witte bloedcellen aanmaakt
- levercirrose verbindweefseling met verlies van de leverfunctie
- lh geslachtsklierenstimulerend hormoon
- lineaire in de lengte
- longemfyseem een verminderde elasticiteit van de longen met verminderde luchtuitwisseling
- longitudinale groeicurve het schema waarop het groeiverloop van een kind is af te lezen
- lordosis kromming naar voren van de wervelkolom
m - maligniteit kwaadaardige aandoening
- manifeste duidelijk waarneembaar
- manual polidactylia één of meer extra vingers aan de handen
- mesoderm één van de drie cellagen van een bevruchte eicel tijdens de eerste beginperiode van de ontwikkeling; hieruit ontwikkelt zich onder andere hart en botten
- maternale phenylketonurie aangeboren stofwisselingsziekte via de moeder
- megacolon vergrootte dikke darm door uitzetting
- metabolen stoffen die tijdens stofwisseling ontstaan
- metabolisme de gezamenlijke chemische veranderingen die in het organisme plaats vinden
- metaphyse gedeelte van een groeiend bot waar het kraakbeen uit de groeischijf wordt omgezet in been
- metatarsus adductorius het midden gedeelte van de voet is scheefgeboren (scheefaangelegd) in de richting van de grote teen
- metatrofie verandering van het patroon
- mineralocorticoïden hormonen die in de bijnierschors gemaakt worden
- mucopolysaccharidoses een groep van erfelijke aandoeningen die allen een gestoorde afbraak van bindweefsel hebben
- multifactorieel door meerdere factoren bepaald
- mutatie spontane verandering van een gen
- mycoplasma ziektemaker, te vergelijken met bacterie
- myocarditis ontsteking van de hartspier
n- neurofibromatosis een erfelijke aandoening van zowel de huid als het zenuwstelsel
- neurogeneratieve afwijkingen afwijkingen in het zenuwstelsel
o - obstipatie verstopping van de darm, met vaak erg harde ontlasting
- obstructie verstopping/belemmering
- oedeemvorming abnormale ophoping van het vocht in het bindweefsel
- oestrogeen vrouwelijk geslachtshormoon, gemaakt in de eierstokken
- oraal via de mond
- osteomalacie beenverweking, ontstaat door onvoldoende kalk in het bot
- osteoperose ontkalking van het bot
- ovaria eierstokken
- overervingspatroon de manier waarop een bepaald lichamelijk kenmerk van de ene generatie overgaat op de volgende generatie
p - pancreas alvleesklier
- perforatie doorboring, doorbraak van de wand van een orgaan
- perianaal rond de anus
- perichondrium vlies om het bot
- perichondrale verbening breedtegroei van het bot door verbening vanuit het perichondrium
- pes cavus holvoet
- pes planus platvoet
- pes equinovarus (adductorius) klompvoet
- placenta moederkoek, waardoor het kind in de baarmoeder wordt gevoed
- polygenetisch van meerdere erfelijke factoren afhankelijk
- porfyrie ziekte die berust op een stoornis in pigmentvorming
- prenataal voor de geboorte
- prepuberaal voor de pubertijd
- preventie voorkomen van
- progestagenen hormoon gemaakt in de eierstokken
- prognatie vooruitgestoken onderkaak
- prognose voorspelling
- progressief steeds verder ontwikkelend
- prolactine een hormoon wat zorgt voor de melkafscheiding
- pseudo schijn
- pubertas praecox zeer vroege puberteit
q
r- recessief zwakker
- renale osteodystrofie stoornissen in de normale groei van de botten door een nieraandoening
- resistent weerstand hebbend
- rhizomelie bovenbenen en bovenarmen zijn korter dan de onderbenen en de onderarmen
s - secundaire geslachtskenmerken uiterlijke geslachtskenmerken, die zich in de puberteit ontwikkelen, zoals schaamhaar en borsten
- segmenten delen
- skelet leeftijd bepaling van de leeftijd aan de hand van de ontwikkeling van het skelet, bot
- somatostatine hormoon, gemaakt door de hyposthalamus, dat de uitscheiding van het groeihormoon remt
- spieratrofie verminderde omvang van de spieren
- spiertonus spanning in de spier
- spondylo met betrekking tot de wervel
- staar vertroebeling van de ooglens
- strabismus scheel kijken
- subfebriele klein beetje koortsig
- suppletie aanvulling van het tekort
- syndactyly een vergroeing aan elkaar van twee of meer vingers of tenen
- syndroom groep van verschijnselen die horen bij één aandoening
t - teelballen zaadballen
- testosteron mannelijk geslachtshormoon
- testikels zaadballen
- tetanie aanvallen van verkramping van spieren
- th schildklierhormoon- thyroxine
- tibia scheenbeen, een van de twee botten van het onderbeen
- toxisch giftig
- transpositie aanwezigheid van een orgaan op een andere dan normale plaats
- transversale groeicurve het schema waarop aangegeven wordt hoe het verloop is van de lengtegroei van het gemiddelde kind
- tsh schildklier- stimulerend hormoon
- tumor gezwel
u - uremische toxinen een afbraak produkt van eiwitten die giftig kan zijn voor het lichaam
- ulcerosa gepaard met zweervorming
v - variabele veranderlijk
- ventrikel septum defect (vsd) een open verbinding tussen de linker en de rechter harthelft door een gaatje in het tussenschot van de hartkamers
- verbenen omzetting van kraakbeen of bindweefsel in hardbot (definitief bot)
- virus ziektemaker, te vergelijken met bacterie
w
x - x-gebonden gebonden aan het geslachtsbepalende X-chromosoom
y
z - zadelneus verzonken neuswortel
|