home  lidmaatschap  donateurschap  pers  english  colofon  contact
Kom naar de Algemene Ledenvergadering op 2 juni!

beenverlenging: vier centimeter kost acht maanden

Pionier op het gebied van beenverlenging in Nederland is orthopedisch chirurg Peter van Roermund (55), werkzaam in het Universitair Medisch Centrum te Utrecht. Een keer per maand gaan bij hem een kind en een volwassene onder het mes.

Hoe tevreden Michiel Sporre (zie De Vriendschap 2005, kwartaal 02) ook over het resultaat van zijn operatie is, kleine mensen zoals hij komen in Nederland niet meer voor een beenverlenging in aanmerking. "Daar zijn we tien jaar geleden mee gestopt," zegt Peter van Roermund, orthopedisch chirurg in het Utrechtse UMC. De reden? "De kans op complicaties is zo groot dat we het niet meer verantwoord vinden om te kleine, maar gezonde benen te verlengen. Want dat doe je in feite bij deze mensen.

En wat is de winst? Iemand met dwerggroei die je verlengt blijft toch klein. Moet je hem of haar dan blootstellen aan het risico van infecties die in het ergste geval zelfs tot amputatie leiden? Wij vinden van niet."

Kleine Nederlanders die langs operatieve weg toch wat langer willen worden, kunnen zich nog wel wenden tot de chirurgen in het Universitaire Ziekenhuis te Leuven (België). "Maar ook daar is om dezelfde reden het aantal verlengingen van mensen met dwerggroei flink gedaald," weet Van Roermund. De Utrechtse chirurg heeft het verlengen van benen trouwens van die Belgen uit Leuven geleerd. Ze schoolden hem eind jaren '80 in de methode van llizarov (zie kader) waarop hij later is gepromoveerd. Sinds 1989 past hij die in Utrecht toe. Eerst ook nog bij kleine mensen. "Ik heb er zo'n acht geholpen, collega's in het buitenland bij elkaar enkele tientallen. We waren in het begin ook zo enthousiast over de mogelijkheden dat we iedereen wilden helpen." Later paste hij de methode alleen nog toe bij mensen met een aangeboren beenafwijking en bij patiënten die door ziekte of ongeval een te kort been hebben gekregen of een stuk bot zijn kwijtgeraakt."

Tweemaal per maand voert Van Roermund zo'n beenverlengende operatie uit. Eén bij een volwassene en één bij een kind. "Zo'n patiënt heb je dan jaren in behandeling en dat maakt het zeer arbeidsintensief.
"De operatie lijkt veel op die bij Michiel Sporre, zij het dat er geen raamwerk aan de zijkant maar twee ringen rondom het been worden geplaatst. Om die aan het bot vast te zetten, worden twee soorten stalen pennen gebruikt. Eén met een doorsnede van 1,8 millimeter, die dwars door het been wordt geboord. En één van zo'n vier millimeter dik, die aan één kant uit het been blijft steken. "Die dikkere plaatsen we bijvoorbeeld in de buurt van de billen, anders zou een patiënt een jaar lang niet kunnen zitten." Ook worden operaties aan boven_ en onderbeen nu in een keer gedaan. "Zo'n dubbele ingreep duurt dan zes uur. Een enkele vraagt drie tot vier uur".

Eerst worden de pennen aangebracht. "Daarvoor maak je een sneetje in de huid waardoor je zo'n pen prikt. Dunne pennen worden door het bot heen geboord en daarna met een hamer door het vlees heen getikt, totdat hij aan de andere kant in de huid prikt. Dan maak je weer een sneetje en trek je die pen erdoor. Voor dikke pennen die ook bij Michiels orthofix zijn gebruikt, moet je eerst een gat boren. Daarna worden ze in het bot geschroefd".

beitelen en schaven
Aan de pennen wordt het frame vastgemaakt, waarna het been operatief wordt gebroken. "Vroeger werd het doorgezaagd, maar om het botvlies zoveel mogelijk te sparen, gebruiken we nu een beitel. Je snijdt eerst de huid open, klieft de spieren en maakt daar heel voorzichtig een ruimte in. Vervolgens snij je het botvlies een beetje in en schaaf het een beetje af. Dan ga je met een beiteltje het bot zo verzwakken dat je het kunt breken. Als dat gebeurt is, hecht je alles weer dicht".

Vijf dagen lang doet de arts dan niets meer. In die tijd wil het lichaam die breuk repareren. Rondom komt daardoor nieuw botweefsel. Na die periode wordt er aan de knoppen van het frame gedraaid om de breuk wat te vergroten. "Wij draaien nu driemaal daags een kwart millimeter, dus 0,75 millimeter per dag. Door dat zo langzaam te doen is het lichaam in staat daar nieuw bot te maken". Een verlenging van een centimeter duurt op die manier twee maanden, voor een van vier is men acht maanden bezig. "Want je moet het been niet alleen op lengte brengen, het bot moet ook helemaal dichtgroeien".

Als het frame er eenmaal af kan, gaat er gips om het been. Dat blijft ook weer een paar weken zitten. "Totdat je het gevoel hebt dat het nieuwe bot echt stevig genoeg is. Dan volgt nog een poosje een behandeling met een brace ter bescherming."

In die lange periode kunnen volgens Van Roermund heel wat complicaties ontstaan. "Doordat je gaat rekken, gaan de spieren protesteren, waardoor je problemen kunt krijgen met je gewrichten. Bijvoorbeeld een knie of voet niet meer goed bewegen". Ook ontstaan er vaak infecties rondom de pennen in de huid. "Dat is echt een groot probleem. Komt bijna altijd voor." Bovendien bestaat de kans dat er tijdens de operatie al iets mis is gegaan. Van Roermund: "Die pennen boor je er blind in. Daardoor kun je een zenuw of bloedvat raken. Dat is heel moeilijk van te voren te zien. Het is een kwestie van ervaring, echt specialistenwerk."

Vooraf wordt dan ook altijd de winst die geboekt kan worden afgewogen tegen de risico's op schade. "En omdat die beenverlenging ook psychisch heel zwaar is wordt ook bekeken of de patiënt wel stabiel genoeg is. Hebben we het gevoel dat een patiënt de ingreep psychisch niet aan kan of op te weinig steun van de familie kan rekenen, dan wijzen we 'm af."

  

foto links: de methode waarmee Michiel werd geholpen: met de pinnen in de breukdelen die langzaam uit elkaar worden gedraaid.

foto rechts: de nieuwe werkwijze waarbij de chirurg rondom het been twee ringen plaatst.

toevallig ontdekt
De mogelijkheid van beenverlenging is bij toeval ontdekt door de Russische arts Gavriil Llizarov. Dat gebeurde kort na de Tweede Wereldoorlog in Siberië. Daar hield hij zich bezig met de behandeling van oorlogsgewonden. Omdat er nauwelijks materiaal was om gebroken botten aan elkaar te schroeven bedacht hij een systeem met ringen en dunne draden die je door het been kon boren. Zo wist hij de
breuken stevig te fixeren en door aan moertjes te draaien werden die weer op elkaar geperst. Bij één militair werd er echter de verkeerde kant opgedraaid, waardoor de breuk langzaam uit elkaar werd getrokken. Ging men er tot die tijd altijd vanuit dat er dan ook niets meer tussen zou groeien, llizarov ontdekte dat de boel vanzelf weer dichtgroeit als er al een begin van nieuw botweefsel is.


[uit: panorama nr. 10 | 2 tot 9 maart 2005 | tekst leo burgwal]

Artikel uit De Vriendschap 2005, kwartaal 03, zie de Vriendschap online op het ledenweb

belangenvereniging van kleine mensen