| Groter dan 1.32 meter is Michiel Sporre (29) uit Noordwijk nooit gegroeid. Toch meet hij vandaag de dag 1.54 meter. Niet dankzij extra dikke schoenzolen, maar door een operatieve beenverlenging. Zijn relaas over een serie bijzondere medische ingrepen. |
| Hij ziet zichzelf weer voor de ingang van het ziekenhuis in Beverwijk staan. 18 is Michiel Sporre dan en hij moet voor het eerst worden opgenomen. "Ik doe het niet", schreeuwt hij tegen zijn moeder. "Ik wil het niet meer." Het is alsof de woorden van zijn arts op dat moment pas goed tot hem zijn doorgedrongen. "Mijn leven zou volledig op zijn kop komen te staan, had ie verteld. Om 22 centimeter langer te worden, moesten mijn boven- en onderbenen tweemaal operatief worden gebroken. | ![]() |
| Minstens drie jaar zou het me kosten, misschien wel vier. Dat alles brak me ineens op." Niets is er op die dag nog over van het enthousiasme waarmee hij de mogelijkheid van een beenverlenging drie jaar eerder heeft begroet. "Ik las het toen in een blad en dacht: eindelijk kan mijn droom werkelijkheid worden". Groter worden dan hij was, de door een groeistoornis slechts 1.32 meter lange Michiel heeft het 's avonds in zijn bed al vele malen beleefd. "Ik had altijd het gevoel van: ik stap nu in mijn bed en als ik wakker word, zitten mijn voeten aan het voeteneinde. En dat gebeurde dan ook in mijn droom." Zo ontsnapt hij lange tijd aan de werkelijkheid van alledag, die niet altijd even leuk is. Constant wordt hij nagekeken en vaak krijgt hij opmerkingen over zijn geringe lengte naar zijn hoofd geslingerd. Om sommige kan hij nog wel lachen. Zoals die van een meisje dat tegen haar moeder zegt: "mama, die jongen heeft zeker vroeger nooit zijn bordje leeggegeten." Wat hem echter vooral dwars zit is dat hij zonder hulpmiddelen bijna nergens bij kan en geen mens in het gezicht kan kijken. "Dus toen ik las dat je groter gemaakt kon worden, wilde ik dat per sé ook." Door een bezoek aan de toenmalige orthopedisch chirurg van het Rode Kruisziekenhuis in Beverwijk, dokter Westbroek, leert Michiel dat hij gezien de zwaarte van de ingreep eerst nog zijn school moet afmaken. "En natuurlijk hoorde ik dat het ook daarna allemaal niet makkelijk zou zijn, maar dat schuif je voor je uit. Tot het niet meer kan en dat was dus vlak voor die opname." Zijn moeder moet hem die dag in Beverwijk met handen en voeten naar binnen werken. "Ze wees me erop dat er sowieso iets aan mijn benen moest gebeuren, want die stonden helemaal krom. Als ik er niets aan zou laten doen, zou ik in een rolstoel terechtkomen. Tja en toen heb ik mijn verstand maar op oneindig gezet en ben ik er voor gegaan." Maar als Michiel Sporre na de operatie uit de narcose ontwaakt, slaat de schrik weer toe. "Ik zag mijn onderbenen liggen. Twee grote apparaten zaten er aan vast en ze deden behoorlijk pijn. Ik raakte helemaal in paniek." Michiels onderbenen zijn tijdens een vier uur durende operatie gebroken. In het bot aan beide kanten van de breuk zijn twee pinnen geschroefd, die door de huid naar buiten steken en aan een raamwerk, orthofix genaamd, zijn vastgemaakt. Die moeten niet alleen zorgen dat zijn benen stabiel blijven, maar ook dat ze verlengd kunnen worden. "Er zat een soort sleutel aan, waarmee je de breukdelen uit elkaar kon draaien. Daardoor zorgde je voor een steeds grotere ruimte waarin nieuw bot kon groeien. Dat moest heel langzaam gebeuren. Vier keer per dag een kwart millimeter. Omdat ik na die eerste operatie 5,5 centimeter wilder groeien moest er dus 55 dagen gedraaid worden." Aanvankelijk is dat nogal pijnlijk omdat de benen nog opgezwollen zijn door het vocht van de vele bloeduitstortingen. "Maar die gevoeligheid gaat op een gegeven moment weg en ik kreeg in het begin ook spierverslappers waardoor de spieren niet veel hinder veroorzaakten." Na vijf dagen mag hij zijn bed verlaten en kan hij in een rolstoel rondrijden. "Dat gaf me weer een vrij gevoel, want in bed kon ik geen kant uit. Ik voelde me door die apparaten net een mecanodoos." Veertien dagen na de operatie is Michiel weer thuis. "Maar al snel zei ik: Breng me maar weer terug.Er waren nauwelijks voorzieningen. Beneden kon ik wel in een rolstoel, maar mijn kamer was boven en daar wilde ik graag zijn. Daarom ben ik op handen en voeten naar boven gegaan. Bij alles wat ik deed, moest ik echter geholpen worden. Ik heb toen dagen gehad dat ik het niet meer zag zitten, spijt van alles had en ook zelfmedelijden. Zo van: waarom moet ik zo hard vechten voor iets dat een ander zomaar krijgt?" Na twee maanden mag Michiel voor het eerst weer staan. "Dat lukte nauwelijks. Die benen waren zo verzwakt dat ik aan een rollator moest hangen. Ik stond helemaal schots en scheef, maar toch kon ik wel merken dat ik er 5,5 centimeter bij had. Toen ik naar de grond keek, dacht ik: god, wat is die ver weg. Dat gaf me echt een kick." Al snel volgen de eerste stappen. Eerst met zo'n rollator, daarna met krukken. Een half jaar na de ingreep kan Michiel weer zelfstandig lopen, maar een maand later moet hij alweer worden opgenomen. Nu voor dezelfde operatie aan zijn bovenbenen. "Ik wist wat me te wachten stond, maar toch had ik weer even die inwendige strijd. En ik moet zeggen dat ik het die tweede keer vlak na de operatie zelfs wat zwaarder heb gehad. Die apparaten zaten aan de buitenkant waardoor ik moeilijk in bed kon liggen en ook bepaalde spieren werden geblokkeerd." Positief is wel dat hij al na vier maanden weer volledig op de been is. En er zijn meer dingen die hem dan oppeppen. "Ik had een auto met handbediening waardoor ik aan het stuur kon remmen en gas geven. Maar toen kon ik ineens bij de pedalen. Fantastisch! En op straat zag ik voor het eerst gezichten. Altijd had ik mijn hoofd in mijn nek moeten leggen om mensen aan te kijken. En ineens zag ik nergens meer tegenop." Drie maanden later volgt het begin van de tweede serie operaties aan boven- en onderbenen. "Alles ging steeds sneller Ik hoefde ook niet langer dan een week in het ziekenhuis te blijven. Ik ben in september 1993 aan die beenverlenging begonnen en begin 1996 was álles klaar." Negen jaar later (2005) is Michiel Sporre nog steeds blij doorgezet te hebben. "Ik heb het best moeilijk gehad en zonder de steun van mijn familie en vrienden had ik het niet gered. Maar wat ik er voor terug heb gekregen, maakt alles goed. Ik kan nu fatsoenlijk bij een keukenkastje, normaal in een auto rijden en ik heb ook een normale fiets. Goed, ik ben nog steeds kleiner dan de meeste mensen en daarom wordt er ook nog steeds naar mij gekeken, maar daar kan ik mee leven. Ik heb nu ook een gezond stel benen, waardoor ik letterlijk en figuurlijk veel steviger in mijn schoenen sta. Daarom zeg ik: ik ben als ventje het ziekenhuis ingegaan, maar er als kerel uitgekomen." [met toestemming overgenomen uit panorama nr. 10, 2 tot 9 maart 2005| tekst leo burgwal | foto goffe struiksma] |
| Artikel uit De Vriendschap 2005, kwartaal 02, zie de Vriendschap online op het ledenweb |