| De meeste definitieve botten zijn ontstaan uit kraakbeen. Kraakbeen is een soort bot maar het is veel buigzamer en zachter dan definitief en dus hard been. Bij volwassenen bevindt zich nog kraakbeen in bij voorbeeld de oorschelp, de neus en de gewrichten. Voor de geboorte, als het kind zich nog in de baarmoeder bevindt, bestaat een aantal botten voornamelijk uit kraakbeen. Na de geboorte gaan deze kraakbenige botten snel verbenen. Ze worden tot definitief bot omgevormd. Met uitzondering van de uiteinden van de lange pijpbeenderen vindt deze verbening in het gehele kraakbenige bot plaats. Aan de beide uiteinden van de botten blijft een schijf kraakbeen over die voorlopig niet verbeent. Deze kraakbeenschijf wordt groeischijf genoemd. Vanuit de groeischijven vindt het proces van de lengtegroei van de botten plaats. De groeischijven produceren kraakbeen. Dit kraakbeen wordt toegevoegd aan het harde gedeelte van de botten, dus het bot tussen de twee groeischijven in gelegen. Het toegevoegde kraakbeen wordt vervolgens ook omgezet in hard bot. Door dit continue proces van aanmaak en omzetting van kraakbeen in bot worden de botten langzaam langer. Aan het einde van de puberteit verbenen tenslotte ook de kraakbenige groeischijven en houdt de lengtegroei op. Deze lengtegroei van bot wordt enchondrale verbening genoemd. Botten groeien natuurlijk niet alleen in de lengte maar ook in de breedte. De groei in de breedte vindt gelijktijdig plaats met de groei in de lengte van de botten. De groei in de breedte vindt niet plaats vanuit de groeischijven, maar verloopt volgens een ander groeiproces. Om ieder bot bevindt zich een vlies dat perichondrium wordt genoemd. Dit perichondrium vormt bot dat laag voor laag wordt afgezet, te beginnen rond het kraakbenige bot bij de geboorte. Zo ontstaat als het ware een manchet van bot rondom het kraakbenige bot dat steeds dikker wordt. Deze breedtegroei van het bot wordt perichondrale verbening genoemd. soorten botgroeistoornissen |